U bevindt zich hier: StartSint-Pieters-WoluweGeschiedenis en FolkloreSint-Pieters-WoluweGeschiedenis en folkloreHistoriek

Historiek

Men moet wachten tot het jaar 1117 en het Charterboek van Vorst om voor de eerste maal de naam "Wolewe" te vinden. De oorsprong van Sint-Pieters-Woluwe vindt men terug in belangrijke gehuchten bestaande uit grote boerderijen die gedurende zeven eeuwen uitgebaat werden door de Parkabdij (dicht bij Leuven). Wij weten niet of onze gemeente bij het begin van haar bestaan, door een of meerdere kasteelheren beheerd werd, wat we zeker weten is dat de abdijen een belangrijke rol hebben gespeeld.

Omstreeks 1561, wanneer er een revolutie dreigde tegen Spanje, werden de wegen gevaarlijk, de kloosters vernietigd, de ketters hielden hun vergaderingen in de bossen teneinde het land op te ruien tegen Philips de Tweede. De klokken van Sint-Pieter werden verstopt en zo vrijwaard voor de rekwisitie; slechts in 1585 vinden zij hun oorspronkelijke plaats terug. In die tijd heerste er armoede en hongersnood, deze eindigde onder het bewind van Albrecht en Isabella. Zij besloten in 1617 de toegangswegen tussen Brussel en Tervuren te verbeteren en bouwden een rijweg, tegenwoordig bekend onder de naam "Hertogstraat".

Twee eeuwen later, in 1795 (onder de Franse bezetting) begon de alarmklok te bellen want er dreigde een opstand tegen de van kracht zijnde wetten. Het is een periode van grote onzekerheid, niet enkel op het platteland maar ook in de bossen. De inwoners en talrijke gewapende bendes doorlopen de bossen. Aangezet door de werkloosheid en hongersnood, stropen en roeien zij een groot gedeelte van de fauna uit. Herten, damherten, reeën en everzwijnen verdwenen meer en meer. Omdat steenkool en hout zeldzaam en dus ook duur werden, begon men met de turfontginning van het Woluwedal (de ontginning duurt nog voort tot 1840). Bij wet van 18 maart 1800 werden de kantonale gemeenteraden door de eerste consul Napoleon Bonapart afgeschaft en de gemeentelijke autonomie hersteld. Gedurende deze Franse heerschappij kreeg de gemeente (bestaande uit verschillende gehuchten en buurtschappen) zijn eerste burgemeester, eerste wethouder en gemeenteraadslid. De eerste burgemeester, Marc Fabry, en zijn wethouder, Philippe Theunis werden aangesteld op 26 mei 1800.

Doch men zal tot 13 januari 1819 en het voorzittersschap van burgemeester Henri Van Keerbergen moeten wachten voor de aanstelling van het eerste gemeenteraadslid.

In die periode verdween de armoede dankzij het handelsverkeer met de hele wereld. De voorlopige regering was in 1830 pas aangesteld en er werd een vernieuwing van de gemeenteraad bevolen. De gemeenteambtenaren (uitsluitend verkozen binnen de deftige burgerij en volgens een zeer ingewikkeld systeem) werden na 1830 benoemd door rechtstreekse verkiezingen, deze verkiezingen waren betalend voor de burgers. De Raad heeft onder meer de bouw van de eerste openbare basisschool van de gemeente verwezenlijkt, deze werd eveneens als gemeentehuis gebruikt en werd in 1958 gesloopt na de bouw van het nieuwe gemeentehuis (Charles Thielemanslaan nr. 2). De nieuwe raad moest ook het hoofd bieden aan de aarzelende houding van het zelfstandig Stokkel.

Bij de troonsbestijging van Leopold II kende onze gemeente een trage evolutie. De landbouw blijft de voornaamste bron van inkomen voor de bevolking.

In 1880 werd de Gemeenteraad ingelicht over de bouw van een spoorweg die de Leopoldwijk met Tervuren verbindt. De spoorweg verdeelt de gemeente in twee zones met twee stations op eenzelfde grondgebied. Het gebruik van de stadslijn eindigde in 1958 en de brug die de Tervurenlaan overspande werd in 1972 afgebroken.

In 1897 ter gelegenheid van de Internationale Expositie in het Jubelpark, wijdt Leopold II zich toe aan de verwezenlijking van de verbinding tussen het Jubelpark en het kasteel van Tervuren door middel van een brede verkeersader beplant met bomen, namelijk de Tervurenlaan. Om de bewegelijkheid van de bezoekers van de expositie te vergemakkelijken legde hij er eveneens een tramlijn aan. Langs deze grootse laan prijkten vlug grote herenhuizen die door de grootste architecten werden gebouwd, onder andere het Stoclet Paleis.

De residentiële gemeente bloeit beetje bij beetje ten koste van de plattelandsgemeente.

Twee jaar later (in 1899), steeds onder de impuls van Leopold II, stichtte de architect Lainé een groot park in het Woluwedal. In 1906 werd er een paardenrenbaan aangelegd te Stokkel. Deze verwierf grote bekendheid zowel voor de paardenrennen als voor de vliegdemonstraties waar de grootste piloten van de wereld aan deelnamen. De renbaan werd gesloopt met uitzondering van de tribune en in 1975 werd er een groot modern sportcentrum opgericht.

Na de Eerste Wereldoorlog kende de gemeente een nieuwe stedenbouwkundige bloei: in 1921 werd de Plaatselijke Maatschappij voor Goedkope Woningen gesticht, dewelke, met de financiële hulp van de gemeente, de tuinwijk langs de rand van het bos bouwde, nu beter bekend onder de naam "Mooi-Bos-wijk". Een vereniging tussen de gemeente en verschillende makelaarskantoren liet de bouw van nieuwe volledig uitgeruste wegen toe.

Op het einde van de oorlog 1940-1945 ontwikkelde de verstedelijking zich op buitengewone wijze. Zo werd de wijk Mooi-Bos geboren, maar eveneens deze van Stokkel en de Europawijk. De ontwikkeling van het gemeentebestuur eiste nieuwe lokalen en zo werd het gemeentehuis gebouwd. Het sportcentrum, Koning Boudewijnrusthuis, de Vriendschapswijk en verschillende gemeenschapscentra werden eveneens gebouwd.

Deze stedelijke ontwikkeling eiste een verbetering van de communicatiemiddelen, vooral naar Sint-Lambrechts-Woluwe en de Brusselse ring toe. Zo kwam de verlenging van tramlijn 39 tot stand, en op het Dumonplein, het lang verwachte eindstation van de metrolijn 1B, dat in 1988 werd ingewijd.